Klik hier om je te registreren. Dat is nodig als je muziek wilt luisteren, up en downloaden en veel meer!!!

 
Kelhafornia.com - Forums
 
 

Ga terug   Kelhafornia.com - Forums > Algemeen > Marokkaanse jongeren en actualiteiten > Overig

Reageren
 
LinkBack Discussietools Weergave
  #1 (permalink)  
Oud 05-06-2009, 01:28
Redactie's schermafbeelding
Junior member
 
Geregistreerd: Jun 2009
Berichten: 46
Redactie is onderweg naar roem
Stuur een bericht via ICQ naar Redactie Stuur een bericht via Instant Messenger naar Redactie Stuur een bericht via MSN naar Redactie Stuur een bericht via Yahoo naar Redactie
De Belevenissen Van Driss Tafersiti

Driss Tafersiti kwam als jonge man naar Nederland als Marokkaans gastarbeider, via Frankrijk. Hij bleef. In een wekelijks feuilleton schrijft hij over zijn belevenissen.



Het pension van generaal Franco

In Lille woonde ik samen met mijn broer Moha in een klein appartement. We hadden twee kamers. Moha sliep in de slaapkamer en ik in de huiskamer op de bank. Dat was een luxe in vergelijking met het pension in Amsterdam. Daar woonden we met minimaal twintig mensen in het huis dat maar vier slaapkamers had. Soms was het drukker, als er mensen bijkwamen uit Marokko, Duitsland of Frankrijk. Die sliepen in de huiskamer, totdat ze een andere slaapplek vonden.

Het pension was van meneer Lopez. Wij noemden hem generaal Franco omdat hij zo streng was. Wie een dag te laat was met zijn wekelijkse huur moest zijn spullen van de straat oprapen. Ook gingen de lichten om elf uur s avonds uit. Hij draaide dan de schakelknop gewoon om.

Generaal Franco was ook een gastarbeider, net als wij. Maar hij was wat slimmer, en kocht een groot huis dat hij aan andere gastarbeiders verhuurde. Hijzelf woonde met een Nederlandse mevrouw bij ons in de straat, in een net zo groot huis als ons pension.

Op een dag had mijn neef Mustapha sardientjes van de markt gekocht. We wilden de vrijdag vieren met gegrilde vis. Dat deden we ook altijd in ons dorp in Marokko. Iemand waarschuwde ons om de sardientjes niet op het balkon te grillen, want dat zou generaal Franco meteen in de gaten krijgen. Hij hield er niet van als we te vrolijk werden. Dat zou alleen maar de aandacht trekken. Straks zou de politie een kijkje komen nemen, en ontdekken dat er mensen zonder arbeidspapieren in het pension verbleven.

Mustapha pakte uit de keuken de grootste pan die hij kon vinden. Hij legde die op een houtblok midden in de huiskamer. In de pan leegde hij een zak kolen en stak ze aan. Daarover legde hij het rooster van de gasoven. Ik deed de ramen op een kiertje, twee andere bewoners hadden een deken vast waarmee ze de rook naar het raam dreven. Binnen een paar minuten stond de kamer blauw van de rook, en sisten de sardientjes op het rooster. Ik stond nog steeds bij het raam om de straat in de gaten te houden. Door de rook zag ik niets meer. Ik hoorde andere bewoners wegsluipen. Mensen werden nerveus. Mustapha riep: Ga door met zwaaien, ze zijn bijna klaar! Toen we sirenes in de straat hoorden, gingen ook de twee van de deken weg. Beneden werd de deur ingeramd. Zes reuzen met helmen op stormden de kamer binnen. Ze gooiden ons over hun schouder en droegen ons naar buiten. De hele straat stond toe te kijken. We hadden het geluk van ons leven die dag; generaal Franco was nergens te bekennen.

De reuzen riepen van alles tegen ons, maar we verstonden niets. Uiteindelijk vertrokken ze. De straat liep leeg.

Ik zei tegen Mustapha: Wat doen we met die kapotte deur?

Die komt later, eerst de sardines, zei hij. We wisten dat onze uren in het pension van generaal Franco geteld waren. Hij zou hier hoe dan ook achter komen. We aten ons buikje rond, en gingen nog diezelfde dag op zoek naar een nieuw pension.

Naar Ijmuiden

Ik heb maar een paar maanden in Amsterdam gewoond. Op de derde dag na aankomst ben ik meteen aan de slag gegaan in een fabriek waar groente en fruit werd ingepakt. Al mijn pensiongenoten werkten daar. Ook mijn neef Mustapha.

Omdat ik de taal niet machtig was, mocht ik nog niet aan de lopende band staan. Woorden als snijmachine, brandgevaar en laden en lossen zeiden mij niets. Daarom kreeg ik van de chef een bezem in mijn handen geduwd. Ik moest de vloer schoonhouden. Veel werk had ik niet te doen. Mijn collega-gastarbeiders werkten erg netjes, omdat ze bang waren hun baan te verliezen.

Soms was er zo weinig te doen dat de chef mij eerder naar huis liet gaan. Dan ging ik met de tram naar het centrum van Amsterdam. Ik had één wandelroute, en die begon bij het Leidseplein, ging via de Leidsestraat naar de Kalverstraat, dan over de Dam en eindigde bij het Centraal Station, waar ik de tram terug naar huis nam.

Ik vond de binnenstad geweldig. Het was er vol met jongens en meisjes van mijn leeftijd. Ze droegen de raarste kleren, de vreemdste kapsels en keken onbezorgd uit hun ogen. Ik had graag met die mensen opgetrokken, maar ik sprak de taal niet. Hippies, noemde Mustapha ze altijd en daar trok hij dan een vies gezicht bij. Alleen bedelaars zitten de hele dag op de grond. Bedelaars of niet, ik vond het bijzondere mensen. Ik werd blij van ze. Als ik door het centrum had gewandeld werd ik ook een beetje een hippie.

Maar een echte hippie worden is mij niet gelukt.

Na het sardine-incident waarbij Mustapha en ik het pension van generaal Franco bijna in de fik hadden gestoken, moesten we Amsterdam verlaten. We trokken naar IJmuiden. Daar kende Mustapha Rachid, een jongen waarmee hij eerder had samengewerkt in Amsterdam. Die hielp ons aan een huis in die stad. En die hielp ons ook aan een baan op de visafslag.

IJmuiden was anders dan Amsterdam. In IJmuiden waren alleen visboeren. Die droegen geen rare kapsels of rare kleren. En die gingen al helemaal niet op de grond zitten om liedjes te zingen. Het was wennen. IJmuiden deed mij een beetje aan Lille denken. Er was niet veel te beleven. Zelfs de zee was grijs. Maar misschien was het wel goed zo. In het saaie IJmuiden had ik eindelijk de kans om eens goed na te denken.

Ik was eenentwintig jaar. Binnen twee jaar was ik verhuisd van Marokko naar Lille en van Lille naar Amsterdam en van Amsterdam naar IJmuiden.

Daarvoor had ik negentien jaar in een dorp gewoond. In het dorp was geen stroom en bestonden autos alleen in verhalen. Ik was nooit op school geweest. Mijn leven bestond uit schapenhoeden, het poten van aardappelen en het plukken van vijgen.

Nu was ik in Europa en droeg ik schoenen met veters, had ik vijf overhemden en een draagbare radio. Er was veel veranderd. Niet alleen uiterlijk, maar ook in mijn hoofd.

Kemal de Turk

Turken zijn ook gewoon mensen, net als wij Marokkanen. Dat leerde ik nadat het nieuwe overwerksysteem op de visafslag in Ijmuiden was ingevoerd. Het nieuwe systeem was hard nodig omdat de verdeling van overwerk niet altijd eerlijk was. Soms mochten turken meer overwerken dan wij Marokkanen, en soms was het omgekeerde geval.

Er moest een gevecht aan voorafgaan om het oude systeem te vervangen. Voortaan moest het overwerkteam uit evenveel Marokkanen als Turken bestaan. De eerste keer dat ik mocht overwerken in het nieuwe systeem was met drie andere scholstapelaars: twee Turken en één Marokkaan.

Met z'n vieren leegden we een kleine kotter. Het ruim was zo klein dat we constant op elkaars lippen zaten. Twee dingen waren mogelijk: weer een matpartij of toenadering zonder klappen.

Gelukkig gebeurde het laatste, want deze Turken hadden handen zo groot als suikerbroden. Toen één van de Turken een bak uit zijn handen liet glippen,hielp ik hem met het oprapen van de vissen.

De Turk zei iets in zijn taal en lachte. Ik zei iets terug in mijn taal en lachte ook. De Turk tikte op zijn borst en zei: ''ik Kemal.'' Daarna tikte hij met zijn grote wijsvinger op mijn borst en zei: ''Jij naam?'' ''Driss'',antwoorde ik en bracht mijn hand naar mijn borst. we wilden verder praten, maar de chef schreeuwde dat we weer aan de slag moesten. Tijdens het overwerk staken we onze hand naar elkaar op, en riep hij: ''Salaam Driss!'' En ik riep:''Salaam Kemal!''

Het was raar, eerst moeten wij Marokkanen en Turken niets van elkaar hebben, nu leken Kemal en ik beste vrienden die niet konden ophouden met elkaar te groeten. Na het werk liepen Kemal en ik terug naar huis. Hij bleek in de buurt te wonen. We spraken voornamelijk met onze handen tegen elkaar.

Waar we het over hadden, was niet duidelijk, maar geregeld barstten we in lachen uit. Kemal was een grote,zware,mooie Turk met een pikzwarte volle snor. Hij had glimmende zwartleren schoenen, een zilvergrijs pak en een bordeauxrode das. Wie hem zou zien,zou hem nooit voor een scholstapelaar houden. Eerder een bankdirecteur.

De volgende dag was het zondag. Tegen de middag werd er bij ons aangebeld. Voor de deur stond Kemal. Hij had een tas vol met etenswaren bij zich en iets wat op een gitaar leek. ''kom'', zei hij en daarna nog iets in het Turks. Ik trok mijn jas en schoenen aan en ging hem achterna.

De wonderlijke Turk leidde mij naar de duinen. Hij ging in het duingras zitten en nodigde mij uit om plaats te nemen. Uit de tas haalde Kemal verschillende broodjes. hij legde de vreemde gitaar op zijn schoot en zei:''Saz." Dat was de naam van het instrument.

Kemal ging met zijn vingers over de snaren en begon te zingen zijn stem klonk hoog. Er zat een snik in. Hij sloot zijn ogen en wiegde met zijn hoofd. Ik begreep niets van Kemals woorden, maar voelde alles wat er in hem omging. Net als bij een echte vriend.
Met citaat reageren
Advertentie
Reageren

Favorieten/bladwijzers

« - | - »


Er zijn 1 actieve gebruikers die momenteel deze discussie bekijken (0 leden en 1 gasten)
 
Discussietools
Weergave

Regels voor berichten
Je mag geen nieuwe discussies starten
Je mag niet reageren op berichten
Je mag geen bijlagen versturen
Je mag niet je berichten bewerken

vB-code is Aan
Smileys zijn Aan
[IMG]-code is Aan
HTML-code is Uit
Trackbacks are Aan
Pingbacks are Aan
Refbacks are Aan


Alle tijden zijn GMT +2. Het is nu 19:09.


©opyright by Predator
vB Ad Management by =RedTyger=